De globale, vermarkte school

Sinds een vijftiental jaar streven de geïndustrialiseerde landen ernaar de opdrachten, de structuren en de programma's van hun onderwijssystemen op één lijn te krijgen. De kennisinhouden, die de dragers zijn van gemeenschappelijke cultuur en toelaten de wereld te begrijpen, moeten stapvoets wijken voor vaardigheden die moeten instaan voor de “inzetbaarheid” en de aanpassingsmogelijkheid van de toekomstige werknemers of verbruikers. De gecentraliseerde opvoedingssystemen, die gezorgd hadden voor de massificatie van de jaren '50 tot '70, worden gaandeweg opgegeven ten gunste van netwerken van autonome instellingen, die van elkaar verschillen en mekaar intens beconcurreren. In het hoger onderwijs of het beroepsonderwijs worden nationale diploma's verdrongen door getuigschriften van modulaire vaardigheden die internationaal gelden en soms afgeleverd worden door privé-firma's. Parallel hiermee en onder impuls van het “e-learning” ontwikkelt zich de “Education business”. Een rapport van de OESO uit 1998 besloot onomwonden : “de mondialisering - economisch, politiek en cultureel - brengt met zich mee dat het instituut “School”, lokaal ingeplant et verankerd in een bepaalde cultuur en samen met haar de “leerkracht” als achterhaald afgeschreven worden” (OESO 1998). Maar wat zijn de gevolgen voor de lerenden?

De carte scolaire in Frankrijk

In Frankrijk staat de kwestie van de “carte scolaire” de jongste tijd in het middelpunt van het onderwijsdebat. De carte scolaire of schoolkaart is een systeem waarmee, sinds 1963, de leerlingen, in functie van hun woonplaats, aan een bepaalde school worden toegewezen. Er bestaat dus geen vrije schoolkeuze voor de leerlingen (ouders) zoals in België. In tegenstelling tot België liepen (in 1963) en lopen de meeste leerlingen in Frankrijk school in het officieel (door de overheid georganiseerd) onderwijs. Het vrije (katholieke) net is er minoritair. In Frankrijk is het principe van een gemeenschappelijke stam sterker verankerd en in praktijk gebracht (o.a. via het collège unique) dan in België. Frankrijk kent ook een sterke centralistische “republikeinse” traditie, met o.a. een sterke centrale sturing en evaluatie van de leerplannen. Denk bv. aan het centrale examen op het einde van het secundair onderwijs, het baccalaureaat, dat beslist over de toegang tot het hoger onderwijs. In het onderstaande artikel schetsen Bernard Calabuig, onderwijsspecialist van de PCF (Parti Communiste français) en Daniel Rome, nationaal secretaris van het netwerk Ecole, de inzet van het huidig debat rond de carte scolaire in Frankrijk.

Lid worden van Ovds. Een abonnement op “De democratische School”.

We nodigen je uit om je te abonneren op "De democratische school", het driemaandelijks tijdschrift van de Oproep voor een democratische school (Ovds). Je kan ook lid worden van Ovds (Oproep voor een democratische school), een organisatie van leerkrachten en van studenten uit de lerarenopleidingen.